Klantverhaal Sertum: vastgoedonderhoud is een vak

Klantverhaal Sertum: vastgoedonderhoud is een vak

Enige tijd terug alweer kregen Inge Sijpkens en ik telefoon van het bestuur van Sertum. Sertum is het instituut voor onderhoudskundigen vastgoed, dat registers bijhoudt van erkende professionals in vastgoedonderhoud. Sertum was destijds in 10 jaar uitgegroeid van niets naar zo’n 400 geregistreerden. Die groei werd autonoom veroorzaakt door de ontwikkeling van het vakgebied, waardoor Sertum steeds meer de  noodzaak zag om ook te kijken naar haar eigen profilering: ‘Wie zijn wij, voor wie zijn wij er en hoe zorgen we ervoor dat we voor hen ook echt van betekenis zijn?’ Zagen geregistreerden nog wel voldoende toegevoegde waarde in hun Sertum-registratie? In dit blog vertelt Marcel Ponjée van Sertum hoe het bestuur het traject dat we samen doorliepen ervoer en wat het Sertum heeft opgeleverd.

Eerst even een stukje historie: alhoewel ruim de helft van de bouwproductie gerealiseerd wordt uit onderhoud, herstel en verbouw worden studenten nog steeds overwegend opgeleid voor nieuwbouw. Daarom richtte een groep professionals in het onderhoudsvak 15 jaar geleden Sertum op.

Sertum is een register van erkende onderhoudskundigen vastgoed. Pas na de succesvolle afronding van de juiste opleidingen ontvangt de onderhoudskundige zijn erkenning en om hun erkenning te behouden zijn de aangesloten onderhoudskundigen verplicht om zich elk jaar bij te scholen op nieuwe ontwikkelingen in het vak. Zo houden onderhoudskundigen hun kennis op peil en kunnen zij hun competenties zichtbaar maken voor de markt. Opdrachtgevers zijn er op hun beurt met een erkende onderhoudskundige altijd zeker van dat de onderhoudskundige getoetst is op de juiste kennis en vaardigheden.

Het belang van Sertum-erkenning

Marcel werd zelf 3 jaar geleden door het Sertumbestuur gevraagd te ondersteunen bij de verdere ontwikkeling van de organisatie. “De registeromschrijvingen waren door de jaren heen heel zorgvuldig opgebouwd. Die stonden als een huis, maar voor de markt waren ze niet toegankelijk en duidelijk. Bovendien was onze website, waar het register onderdeel van is, niet responsive. Dat had een negatieve invloed op hoe mensen tegen Sertum aankeken en het belang dat ze hechtten aan die erkenning van Sertum-registratie.”

“Dat gaf ons aanleiding om te zeggen: we moeten een beter verhaal hebben over voor wie en waarvoor die registers zijn bedoeld. Eigenlijk ging het daarmee over de vraag: wie ben je. Want we zijn een register, maar doen ook veel andere dingen. We besloten dat een externe partij moest meekijken, om ons te helpen om inzicht te geven in hoe de buitenwacht ons ziet. Zo kwam ik bij jullie terecht. Ik had jullie boek al en het sprak ons aan dat jullie de branche zo goed kennen.”

Wat is je bestaansrecht?

We gingen met Sertum aan de slag om een antwoord te vinden op de vragen die leefden: wie zijn wij, voor wie zijn wij er en hoe zorgen we ervoor dat we echt van betekenis zijn? Dat begon met een grote belronde, waarin we geregistreerden, opleidingsinstituten, werkgevers en opdrachtgevers uitgebreid vroegen naar hun relatie met Sertum, hun beeld van Sertum, hun worstelingen en successen en hun zorgen en wensen voor de toekomst.

De gesprekken boden veel inzichten, die we tijdens een workshop met het bestuur bespraken. Daarbij haalden we aan de hand van verschillende oefeningen naar boven wat nou de kern is van het bestaansrecht van Sertum. Het resulteerde in een fikse aanscherping van waar Sertum voor staat, met verschillende adviezen voor de toekomst.

Claim je autoriteit

Marcel: “Wat ons bijbleef van die sessie is dat we niet zomaar iets deden, maar aan de slag gingen met een beproefde methodiek. Jullie stelden bovendien goede vragen die tot de kern kwamen, bijvoorbeeld over de identiteit van Sertum. Jullie lieten ons echt nadenken over voor wie we er nou zijn, over hoe we dat kunnen rubriceren en welke boodschap we daar dan voor nodig hebben.”

“Wat daarnaast bleef hangen: je moet je autoriteit claimen. Laat zien welke waarde je hebt voor de markt, waar je voor gaat en staat. Daaruit is heel concreet de Maatlat voor onderhoudskundigen ontstaan.”

Maatlat voor onderhoudskundigen

“Een vraag die al langer zweefde in de branche is: welke deskundigheid heeft de markt nodig en moet worden opgeleid? Na die sessies met jullie hebben we de marsroute ingezet om daarvoor samen met branchegenoten een richtlijn op te stellen. In de loop der tijd zijn specifieke richtlijnen en normen opgesteld zoals de NEN 2767 en het handboek RVB BOEI, maar een algeheel overzicht ontbrak voor opdrachtgevers. Dat is nu dus de breed in de branche gedragen Maatlat voor onderhoudskundigen. Alle belanghebbenden in vastgoedonderhoud hebben nu een kapstok om hun vragen, kennis en ambities aan op te hangen. Voorheen was de vraag: hoe gaan wij om met een vakgebied dat professionals nodig heeft, maar waar geen specifieke opleidingen voor zijn? Nu hebben ze een format waarin ze hun vragen en kennisbehoefte aan kunnen spiegelen.”

Breng het terug naar de kern

“Overigens zat daar ook nog een moment in waarbij jullie ons prima richting gaven. Want toen we de basis hadden voor de competentieprofielen in de Maatlat, worstelden we met hoe we dat nou bij al die doelgroepen relevant konden maken. We waren daar al een tijdje over aan het soebatten, tot iemand opperde jullie weer even te bellen. Jullie antwoord luidde: vat nou eens in 3 kernwoorden samen wat die profielen betekenen. Breng het terug naar de kern.” Dat was precies wat we nodig hadden. We hebben die kernwoorden omgeschreven, er vervolgens icoontjes bij laten ontwerpen, een korte samenvatting toegevoegd en zo kregen we bij iedereen overeenstemming voor de richtlijn.”

“Dat heeft vervolgens absoluut geleid tot autoriteit. We krijgen niet meer de vraag waarom we er zijn, maar we krijgen vragen over de inhoud. Mensen vragen hoe ze in het register kunnen komen, mede doordat opdrachtgevers hier expliciet naar vragen. We hebben inmiddels meer dan 600 geregistreerden, de Maatlat wordt omarmd en we worden serieus genomen. Nu gaan we stappen zetten en onze marsroute vervolgen. Opdrachtgevers gaan inzien dat alleen verwijzen naar een norm als de NEN2767 niet vanzelfsprekend antwoord geeft op de vraagstukken op het gebied van technisch beheer en onderhoud.  Onderhoud is een vak en de Maatlat is nog maar een begin.”

Share this post

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *